De goden

Het is niet eenvoudig om dit beeld bij elkaar te puzzelen. Ironisch genoeg is het meeste hierover te vinden in de christelijke bronnen. Maar die hadden uiteraard een hele negatieve weergave van wat de ‘heidenen’ geloofden. Christenen zagen die religie als bijgeloof en werk van de duivel, een figuur waarmee Woden als oppergod vaak werd vergeleken.

Het duidelijkste overblijfsel van die godenwereld vormen de namen voor de dagen van de week. Woensdag is de dag van Woden, en donderdag (Thunresdei) de dag van Thuner. Vrijdag zou mogelijk verwijzen naar een godin die Fria werd genoemd. Ook de dinsdag is waarschijnlijk in verwijzing naar een god ontstaan, zoals gebeurde in de streken rondom Frisia, maar daar is voor de Friese situatie verder niets over bekend. De belangrijkste goden voor Frisia waren Woden, Thuner, Fosite, Ing, Ti(w) en waarschijnlijk ook godinnen zoals Fria. Via archeologische vondsten weten we vooral over Woden en Thuner.

Hoezeer Woden onder de mensen in Frisia leefde, blijkt uit de archeologische vondsten uit Redbads tijd. Veel van die voorwerpen hebben een afbeelding, vaak sterk gestileerd, van een mannelijk gezicht met een vogel aan elke kant. Woden is de god die het vaakst wordt genoemd in de christelijke bronnen, en de god waar verschillende koningen zich graag een afstammeling van waanden. Welke eigenschappen de Friezen in Redbads tijd aan Woden toekenden, weten we niet. In de tradities rond Wodan/Odin elders langs de Noordzeekust is hij de god van de strijd, de aanvoerder van de goden. Ook wordt hij gezien als een god van poëzie, magie, en wijsheid, een vermogen dat hij zou hebben verworven door in ruil een oog uit te rukken. Dit detail is al voor de tijd van Redbad terug te vinden in de afbeeldingen van Woden langs de Noordzeekust. Op afbeeldingen van Frisia wordt hij vergezeld door 2 raven: Hei en Minke. Deze raven zijn parralel aan de Scandinavische variant genaamd Huginn en Muginn die staan voor ‘Gedachten’ en ‘Geheugen’.

Thuner is de enige andere god waarover iets meer bekend is. Hij is ook een krijger-god, maar in de verhalen van de Noordse mythologie bevecht hij monsters en andere bedreigingen van de orde en rust. Volgens sommige onderzoekers zou Thuner daarom misschien eerder de god van de ‘gewone Fries’ te zijn geweest, en Woden juist wat meer een god voor de elite, maar daarover valt weinig met zekerheid te zeggen.

Het is de vraag hoe de Friezen omgingen met de goden. Waarschijnlijk gingen ze in gebed en brachten zij offers, handelingen die sterk lijken op gewone sociale interacties zoals iets vragen of een geschenk geven. In plaats van diep na te denken over ingewikkelde theologie, communiceerden mensen waarschijnlijk met goden en geesten zoals ze dat met andere mensen deden: een gebed om hulp lijkt op het vragen van steun aan een buur, en een offer om veilig de Noordzee over te steken lijkt op het inhuren van bescherming tijdens een reis. Mensen projecteren hun sociale gedrag op de wereld om hen heen en behandelen allerlei natuurkrachten alsof het personen zijn. Zo kun je goden en geesten zien als sociale wezens met wie mensen op vergelijkbare manieren omgaan, al blijft het besef dat zij anders zijn dan mensen: minder direct beschikbaar en vaak op heel andere manieren aanwezig.