Het lied van Redbad en Woden

In het kader van het Interreg-project rond Redbad heeft onderzoeker Han Nijdam van de Fryske Akademy onderzoek gedaan naar voorchristelijke 'heidense' elementen die in christelijke teksten uit de tijd van Redbad – en in de eeuw daarna – werden beschreven. In het achtste-eeuwse heiligenleven van Sint Wulfram zit het beroemde verhaal van de net-niet-doop van koning Redbad. Hij weigerde zich te laten dopen omdat hij na zijn dood liever bij zijn 'heidense' voorouders wilde zijn. Nijdam heeft die tekst geanalyseerd, en herkende daarin elementen van een ouder lied over Redbad, dat de nog niet christelijk geworden Friezen over hem zongen. Hij heeft daar ook een concepttekst uit gedestilleerd van het lied zoals dat gecirculeerd kan hebben in de achtste eeuw in Frisia. 

Onderstaand (deel van het) lied is daar weer een bewerking van, door de Friese dichter en historicus Erik Betten*. Hij heeft gekozen voor een vorm die gebruikelijk was in de vroege middeleeuwen langs de Noordzeekusten, dus zonder refrein, zonder eindrijm en met zinnen die bestaan uit twee keer twee beklemtoonde delen. Daarin gebruikten de zangers destijds ook veel allitteratie en klankherhaling. Deze versie is weliswaar in modern Nederlands, maar volgt zo goed mogelijk de tekst van Nijdam en de vroegmiddeleeuwse vormvoorbeelden. 

Luister hoe Redbad, de koning der Friezen 

de kruiskramers naaide, met Alvaders hulp. 

Hoe hij, oud en ziek als hij was, triomfeerde. 

Zo vond die koning de weg naar Walhalla.  

Fier had hij als de freswalda de goden, 

de oude gebruiken gevolgd tot het eind. 

Maar op zijn sterfbed bekroop hem de twijfel, 

Willibrords stem was gif in zijn oor. 

Toen bezocht Alziende Woden de koning, 

goudgesmeed straalde zijn kroon vol met stenen, 

goud het gewaad van de hoogste der goden. 

De Friezenvorst beefde, en wist wie hij was. 

Woden sprak: ‘zeg mij, o sterkste der mannen, 

waarom wend jij je nu af van de goden? 

Vergeet je de voorouders en hun geboden? 

***

Redbad stierf omringd door getrouwen 

Kreeg toen een rustplaats, diep in zijn berg. 

Troont als de koning en grootste der krijgers 

met alle voorouders fier in Walhalla. 

‘s nachts, als de wind blaast, klinkt het geraas 

van de wilde jacht, de doden die Redbad 

door stormluchten meevoert, met donder en bliksem. 

En wanneer de nood van de Friezen het hoogst is 

zal hij ontwaken, om zijn volk te leiden. 

O Friezen, uw koning, de zwaardman van Woden,  

Freswalda Redbad houdt altijd de wacht! 

 

*Voor het volledige lied, zie het publieksboek wat bij de tentoonstelling Redbad hoort in het Fries Museum. Te verkrijgen in de winkel van het Fries museum.