Mythes over Redbad

Er zijn meerdere verhalen over Redbad. Zeker in Ost-Friesland worden deze verhalen nog actief van generatie op generatie verteld.

De slapende Redbad

Eén legende vertelt over de koning die niet gestorven is, maar diep in een berg ligt te slapen. Pas wanneer zijn volk hem nodig heeft, zal hij ontwaken en terugkeren. 

De Robodeswegen

In het noordoosten van Frisia waren niet alleen bekende wegen, ook waren er de legendarische Konrebbers- of Robodeswegen. Er bestonden diverse verhalen over deze mysterieuze wegen. Volgens een Friese sage was een dezer zeer breed, “versierd met verschillende soorten gepolijst marmer”, leidend naar een plein waar een uitzonderlijk grote zetel te vinden zou zijn. Hierop mocht uitsluitend en alleen de oppergod Woden plaatsnemen. Ook ging er een verhaal rond dat deze wegen naar de ‘Upstalboom’ leidden, naar een oude rechtsplaats in de open lucht bij het Oost-Friese Aurich. Maar evengoed zouden ze geleid kunnen hebben naar de Oost-Friese burchten van koning Redbad. Haaks hierop, de verklaring dat de Robodeswegen “van niets naar nergens lopen”. 

Het spook van Hoogwoud

In het west-Friese Hoogwoud was het spook van Redbad een soort boeman voor kinderen. Hij spookte daar rond als de Tientôn-elfrib (tien tenen en elf ribben). Hij zwierf daar in het donker rond met een zak op zijn rug op zoek naar kleine kinderen. Ze werden gewaarschuwd dat hij ze zou pakken en in zijn zak zou stoppen als ze voor het donker nog niet binnen waren: ‘Denk eraan, niet te laat op de weg, anders pakt Tientoon en Elfrib je!’

Het monster heeft een grote snoekenkop met scherpe tanden op een mensenromp met schubben. Verder heeft dit vreemde wezen vinnen in plaats van benen. Dat het spook van de beruchte heidense koning er zo uit ziet heeft te maken met de beroemde legende over de doopvont. Zo zou de Tientôn-elfrib ‘s nachts uit een diepe kolk tevoorschijn komen, door het dorpje naar het kerkhof schuifelen om daar zijn linkerhand in de halve doopvont te steken. Helaas voor Koning Radboud blijft hij door zijn halve doop, half mens-half vis. Hij zal, ondanks zijn pogingen tot zelfdoop, nooit geheel een christen worden.

Het Hengstegat

Uit S.Franke Legenden langs de Noordzee. Koning Redbad was onderweg naar Oost-Friesland op zijn trotse hengst. Hij moest de Eems over en omdat hij Koning Redbad was sprong hij bij Otterdum de brede rivier over. In diverse verhalen wordt koning Redbad gemaakt tot de Wilde Jager of aanvoerder van de Wilde Jacht waarbij vergelijkingen worden gemaakt met Woden/Odin, welke volgens de Noorse mythologie (opgeschreven in de 13e in de Prosse Edda en Poetic Edda) de aanvoerder was van de Wilde Jacht. 

 

Asbran

Op weg naar huis kwam uit de Rekere (een rivier) de god van de zee tevoorschijn, die eerst een zwarte zwaan was geweest. De zeegod ruilde het zwaard van Redbad om voor het zwaard Asbran, van 'hem die over alle mensen heerst', want Asbran was voor 'degene die de mensen zal verdedigen wanneer de dag aanbreekt dat het volk tot slavernij wordt gebracht.' Na Redbads dood (719) moest het zwaard in de zee worden geworpen, zodat het naar de zeegod kon terugkeren. Daarna vloog de zwarte zwaan, vergezeld door zes witte, naar de Noordzee. Hier ligt een mooie parralel met koning Arthur uit Engeland. Ook zijn zwaard Excalibur moest volgens de legende na zijn dood terug in het water worden geworpen.  

 

Koning Karel en Redbad

De eigenlijke titel is ‘Fan dae koningen Kaerle ende Redbad'.

Het begint ermee dat Karel de Grote en koning Redbad van Denemarken beiden een claim leggen op het Grote Friesland. Om hun twist te eindigen besluiten ze een wedstrijd te houden: wie het langst stil kan staan, die wint het gebied. Deze wedstrijd lijkt te zijn gebaseerd op een rechtspraktijk van de stilstandseed: de gezworen eed is geldig als het lukt om in kruishouding stil te blijven staan. Karel laat als een echte trickster zijn handschoen vallen, waarna koning Redbad hem oppakt. Daardoor heeft Redbad bewogen, en de wedstrijd dus verloren. Hier zit ook nog een andere laag onder: het aanbieden van een handschoen werd in de middeleeuwen gedaan om een leenman, een ondergeschikte, te worden Koning Redbad heeft dus eigenlijk tweemaal verloren: eerst door te bewegen, en daarna door een handschoen aan te bieden aan Karel de Grote, en daarmee een leenman van hem te worden. 

Odin’s Stad

Theun de Vries debuteerde in 1925 met zijn boek ‘Friesche Sagen’ wat geïnspireerd was door Waling Dijkstra’s: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later (1896). In Odins stad (genaamd: Wartna) wordt Redbads koningsgeslacht vermeld. Na hem kwamen volgens dit verhaal Aldgilles, Redbad, Condebald (Gondebald), Aldgilles en Gerbrand. Het koningsgeslacht trok zich terug van Medemblik naar Wartna. Eind 12e eeuw maakte de smid Wybo, zoon van smid Redbald, een einde aan de eendracht van het geslacht en doodde zijn doodgewaande, maar tot het christendom bekeerde tweelingbroer. Dat betekende volgens de vloek, die tijdens de stichting van Odins stad was uitgesproken, het einde van Wartna.