Heilige plaatsen en rituelen

Donarhangers, in dit geval beter Thunerhangers genoemd, zijn onder meer teruggevonden in een oude poel in de Broekpolder in Noord-Holland. Geen toeval, want er lagen ook andere amuletten in, net als dobbelstenen en andere voorwerpen die daar doelbewust in het water zijn achtergelaten. De poel moet een offerpoel zijn geweest, een van de ‘heidense’ heiligdommen waar in de christelijke teksten over wordt gesproken. Net als de heilige poel die Willibrord op Fositesland aantrof.  

Water gold in de voorchristelijke religie duidelijk als een soort drempel naar een andere wereld. De doodstraf voor de schender van een heiligdom moest plaatsvinden op de overgang tussen eb en vloed. Blijkbaar was dat waar het contact met de goden het meest nabij was. Wellicht speelde ook de onomkeerbaarheid van het offer in water een rol. Wat eenmaal in een poel of moeras was achtergelaten, kreeg je niet meer terug.  

Er moeten veel meer plaatsen in de natuur zijn geweest die vereerd werden door de Friezen. Ook heilige bomen passen in dat beeld. De plaatsnaam Heiloo, in Noord-Holland, betekent letterlijk ‘heilig bos’. Plaatsnamen leveren sowieso interessante verwijzingen op naar oude tradities op zo’n plek. Harich in Fryslân en Hargen in Noord-Holland dragen een Oudfries woord voor heiligdom in hun naam. Ook goden zijn soms vernoemd, wat blijkt uit plaatsnamen als Woensberg (Noord-Holland) en Donderberg (Utrecht). 

Vlakbij de Upstalboom in Aurich is ook een poel gevonden. Deze plek waar recht werd gesproken in de 11e eeuw wordt nog steeds verbonden met Redbad.

‘Indiculus superstitionum et paganiarum’. Via de Codex Palatinus Latinus uit 577 krijgen we een Kleine lijst van bijgelovige en heidense gebruiken. Dit is bekeken vanuit een christelijk lens maar laat daarmee ook zien welke rituelen belangrijk waren en misschien gebruikt werden op deze plekken. 

1. Over godslastering bij de graven der doden.

2. Over godslastering over overledenen, dit is dadsisas.

3. Over vuiligheden in februari (spurcalibus).

4. Over hutten of godenhuisjes (fanis).

5. Over heiligdommen in bossen, genaamd nimidas.

6. Over datgene wat ze op rotsen doen. 

7. Over heiligdommen van Woden en Thuner (Mercurii vel Jovis).

8. Over de offers voor sommige heiligen.

9. Over amuletten en bindsels.

10. Over offerbronnen.

11. Over toverspreuken.

12. Over voortekenen door vogels, paarden, rundermest en niezen.

13. Over waarzeggers en voorspellers.

14. Over het wrijven van vuur uit hout, dit is nodfyr.

15. Over hersens van dieren.

16. Over wat de heidenen zien in het vuur, en wanneer ze iets beginnen.

17. Over onduidelijke plaatsen die ze als heilig beschouwen.

18. Over de feesten voor Thuner en Woden.

19. Over de maansverduistering, geheten vinceluna.

20. Over stormmaken, over hoorns en bekers.

21. Over voren rondom de dorpen [namelijk om boze geesten buiten te houden].

22. Over de heidense loop, genaamd yrias, met gescheurde vodden en schoenen.

23. Over dat ze zich een geliefde dode als heilig voorstellen.

24. Over het godenbeeld uit deeg.

25. Over godenbeelden van vodden.

26. Over het godenbeeld dat ze door de velden dragen.

27. Over houten voeten en handen op heidense rite.

28. Over dat ze geloven dat vrouwen de maan kunnen belezen, zodat ze mensen het hart uit kunnen nemen.