Missionarissen

In Redbads tijd bestreden rondreizende christelijke missionarissen uitingen van ‘heidens bijgeloof’. Het geloof in meerdere goden en bezielde natuur was echter diepgeworteld in Frisia. En op heiligschennis stond in het Friese recht de doodstraf door offering. Meerdere missionarissen kwamen naar Friesland.

Willibald

De priester Willibald beschreef met afschuw hoe Redbad de kerken verwoestte, geestelijken verdreef en nieuwe heiligdommen oprichtte, gewijd aan heidense goden.  Dit waren waarschijnlijk geen Frankische overdrijvingen. Meerdere bronnen, waaronder persoonlijke brieven, bevestigen Redbads strijd tegen het christendom. 

Willibrord

In 695 werd hij benoemd tot ‘aartsbisschop van de Friezen’ door de paus. De levensbeschrijving van aartsbisschop Willibrord vertelt hoe hij, rond 700, door een woeste storm belandt op Fositesland: Redbads heilige eiland. Hij en zijn monikken ontheiligen er demonstratief de bron en slachten er de dieren. De ‘heidense koning Redbad’ is furieus. Met ‘lotwerping’, een speciaal ritueel, bepaalt hij welke christelijke dader gedood moet worden. 

 In de levensbeschrijving van Willibrord worden de gebeurtenissen op Fositesland beschreven vanuit een christelijk perspectief. Willibrord wist dat de dieren en bronnen op het eiland voor de Friezen heilig waren, maar ‘hij hechtte weinig waarde aan de dwaze godsdienst van dat oord of het woeste karakter van de vorst’. Met zijn daden wilde hij bewijzen dat het ‘heidense’ geloof een dwaalleer was.

Bonifatius

Deze missionaris bleef in Engeland en ging pas na de dood van Redbad naar Friesland. Hij wilde al eerder gaan maar strandde door politieke ontwikkelingen. In 716 was Pepijn net gestorven met een Frankische burgeroorlog tot gevolg en Redbad probeerde zijn macht te vergroten.

Redbad was niet erg geliefd bij christelijke geestelijken. Bonifatius kreeg kort na Redbads dood zelfs een soort felicitatiebrief van een bevriende, Angelsaksische non. Daarin prijst ze hen gelukkig met de dood van ‘Rathbod, de vijand van de katholieke kerk’.


Vitae

Van verschillende missionarissen is hun levensverhaal opgeschreven. Dit zijn belangrijke bronnen waarin Redbad genoemd wordt. Belangrijkste voorbeelden hiervan zijn de Vita Wulframni (Sint Wulfram), Vita Willibrordi (Sint Willibrord), Vita Erminonis (Sint Erminus) en de Vita Bonifatii (Sint Bonifatius).

 

Het verhaal van de doopvont

Het verhaal gaat dat christelijke missionarissen nog een laatste poging doen om hem te dopen, maar tevergeefs. De Friese koning houdt vast aan zijn eigen geloof en verkiest zijn voorouders in het heidense Walhalla boven de christelijke Hemel.

Waarschijnlijk werd deze laatste verzetsdaad, verpakt in een lied, algauw een wijdverbreid verhaal in Frisia. Jaren later probeerden missionarissen de mislukte doop alsnog in hun voordeel te verklaren in de Vita Wulframni. Daarin wordt verteld hoe Redbad in een droom door de duivel werd misleid, door hem een schitterend, gouden Walhalla te beloven.